Deze titel kan niet worden besteld.
Deze titel kan nu niet besteld worden. Probeer het later opnieuw

Maria van Kints - De indiaan bestaat niet

Schrijver:
Titel: De indiaan bestaat niet
Taal: Nederlands
Uitgever: NANAI Special
Bijzonderheden: paperback - 111 blz
Prijs: € 7,95
Verzendkosten: € 6,85 (binnen Nederland)
Meer info:
Van Kints, die de meeste hoofdstukken schreef. “Het worden honderd pagina's, inclusief kleurenfoto's. Ik beschrijf de geschiedenis van de belangrijkste volken, de verdragen, want zonder het verleden kun je het heden niet begrijpen. Vervolgens de opkomst van het besef van eigenwaarde aan het eind van de jaren zestig en de acties van de AIM, de American Indian Movement, tot nu toe. Ik heb er zoveel mogelijk mijn eigen ervaringen in verwerkt.”

'Het Indianenhuis' noemt de buurt de eengezinswoning in Rotterdam-Ommoord, waar het secretariaat van de Nanai gevestigd is. De 84-jarige Maria van Kints woont er alleen, maar ruimte over heeft ze nauwelijks. Twee van haar vier bovenkamers staan vol handelswaar, een derde is permanent beschikbaar als logeerkamer voor bestuursleden en Indiaanse gasten. De huiskamer, opgesierd met Indiaanse voorwerpen, is voor de helft ingericht als kantoor. Ze vervult er een dagtaak: telefoon en post beantwoorden, bestellingen verzenden, voorlichtingsacties plannen, administratie van de bijna tweeduizend donateurs bijhouden en, wat ze het liefste doet, voor de maandelijkse Nanai Notes artikelen schrijven of vertalen uit Indiaanse kranten. “Kantoor aan huis bespaart een hoop geld. Dat geven we liever aan de Indianen.”

Het is dezelfde kamer waar de Nanai werd opgericht, tijdens de bezetting van Wounded Knee in februari 1973. (De jubileumviering is vervroegd, omdat alle gasten nu konden overkomen). Van Kints was toen al een paar maal in Amerika geweest. “Ik kende betrokken AIM-activisten, had zelf op het Pine Ridge-reservaat gezien hoe de FBI de Indianen tegen elkaar opzette en terroriseerde. De bezetting volgde ik thuis via de media. We zaten hier met wat vrienden en familie bij elkaar. Jaren eerder hadden we eens geld ingezameld voor een Cheyenne-schooltje. Nu vonden we dat we de Indianen blijvend moesten steunen in hun strijd voor rechtvaardigheid.”

Tijdens de processen besloten ze een petitie aan te bieden bij de Amerikaanse ambassade in Den Haag. “Met hooguit vijfentwintig waren we, inclusief vier van mijn kinderen, maar er stonden dranghekken alsof we met vijfentwintighónderd kwamen. Stencils uitgedeeld, plakkaten op mijn auto: 'Eerlijke berechting voor de bezetters van Wounded Knee'. We wilden vooral het publiek duidelijk maken wat er aan de hand was.” Twee jaar na die eerste politieke actie werd de Nanai een stichting en vroeg subsidie aan. “Maar we werkten niet voor de Derde Wereld, dus daar konden ze niet aan beginnen. Ik dacht: 'Barst maar!, we doen 't zelf wel'. Bleven we tenminste onafhankelijk.”

In de loop der jaren is de Nanai bij vele Indianenvolken een begrip geworden. Volgens Van Kints is dit vooral te danken aan nauwe samenwerking. Zo steunt de stichting alleen projecten die de Indianen zelf opzetten: een kliniek, een school, een pleegkinderenproject, de bouw van een traditioneel longhouse. Actiegroepen die zich inzetten voor de bescherming van verdragsland of voor betere leefomstandigheden, kunnen rekenen op een bijdrage voor telefoonkosten, benzine, de aanschaf van een fax of het volgen van een cursus 'Omgaan met de pers'. De meeste giften overhandigt ze persoonlijk, tijdens haar jaarlijkse werkvakantie, waarin ze verschillende reservaten bezoekt. De vele vrienden die ze daar heeft gemaakt, weten haar ook thuis te bereiken. “Komt er een telefonische noodkreet, dan maak ik meteen vijfhonderd dollar over. Ik weet precies wie ik kan vertrouwen.”

De directe contacten spelen ook een grote rol bij het geven van politieke en morele steun. Oproepen vanuit Noord-Amerika vormen regelmatig aanleiding tot publiciteitscampagnes, handtekeningenacties of protestbrieven. Bestuursleden zijn aanwezig bij voor Indianen belangrijke bijeenkomsten, zoals de Werkgroep voor Inheemse Volken van de VN in Genève. “De wetenschap dat er ver weg mensen zijn die zich hun lot aantrekken, op wie ze een beroep kunnen doen, dat vinden de Indianen heel belangrijk. En komen ze hier, dan worden ze als graag geziene gasten ontvangen. De laatste keer kregen ze een staande ovatie van een stampvolle zaal. De tranen stonden hun in de ogen. Reken maar dat ze dat thuis doorvertellen.”

Op haar tiende las Van Kints over Winnetou en Old Shatterhand, en die verhalen bleven haar altijd bij. Pas na de oorlog verschenen er langzaamaan meer publicaties over het onderwerp. Voor haar zeven kinderen kocht ze boeken over Arendsoog en Witte Veder. Die keek ze zelf ook in, maar zodra ze de kans kreeg, begon ze zich te verdiepen in historische werken. Ze ontdekte dat de populaire boeken vol onjuistheden stonden. Om de lezers een correcter beeld te geven ging ze artikelen schrijven voor het Vrije Volk en het Rotterdams Nieuwsblad, waar haar man in de drukkerij werkte.

“Die belangstelling is aangeboren, anders zou ik het niet weten. Ik krijg nu dikwijls brieven van jongelui die een werkstuk willen maken en schrijven: 'Ik vind Indianen zo interessant'. Dát is bij mij nooit het geval geweest. De verschrikkelijke onrechtvaardigheid tegenover dat volk, hun gestolen land, dat vond ik als kind al gemeen en maakt me nog steeds ontzettend kwaad. Maar zeg alsjeblieft niet dat ik dan zeker in een vorig leven Indiaan ben geweest. Dat soort figuren krijg ik zo vaak aan de lijn en ze maken me kotsmisselijk. Misschien was ik wel een soldaat die Indianen afslachtte en het nu goed moet maken.”

Tot begin jaren zestig dacht ze dat Indianen uitgestorven waren. Een artikel in Panorama zorgde voor een ommekeer. “Het ging over Mohawk die in de hoogbouw werkten. 'Hé, er schijnen nog Indianen te zijn, daar moet ik meer van weten.' Een plan rijpte: ik wilde naar Amerika. Belachelijk natuurlijk, mijn Engels dateerde van de mulo, ik wist niets van reizen. Mijn man keek mij een tijdje aan en zei: 'Oké, dan gaan we sparen.' Hij kon overwerken, ik nam een part-timebaantje. Ik mocht niet alleen gaan, maar hij wou niet mee. Bovendien hadden we dan dubbel moeten sparen en iemand moest thuisblijven voor de kinderen. Via een advertentie vond ik een reisgenote voor zes weken.” In de zomer van 1966 kwam ze, dankzij de introductie van een Nederlandse lerares die Engels gaf op het Navajo-reservaat, in contact met echte Indianen.

Thuisgekomen begon ze met lezingen de problematiek onder de aandacht te brengen. “Op scholen en universiteiten, bij verenigingen van plattelandsvrouwen en huisvrouwen. De mensen wisten niks van Indianen.” De vergoedingen gebruikte ze voor haar volgende reizen. In 1969 vertrok ze weer en werd, net als de jaren daarna, van het ene volk naar het andere meegenomen. Twee weken in huis bij een Pueblo-vrouw in New Mexico, op rondreis met een Mohawk uit de staat New York. De Greyhound-bus uit de begintijd maakte plaats voor een huurauto, nadat ze voor dat doel haar rijbewijs had gehaald. “De reizen geven me inspiratie om door te gaan. Ik krijg zoveel liefde, zo'n warmte van die mensen terug.”

Er is één volk dat ze elk jaar bezoekt: de Lakota in South-Dakota. Aan de muur prijkt een eerbewijs van hen voor de Nanai: Standing Rock Sioux Tribe - Certificate of Appreciation. Van Kints toont een foto van afgelopen zomer, waarop ze in een omarming staat met Russell Means in traditioneel danskostuum. De legendarische AIM-voorman was er ook bij, toen de Lakota haar in 1993 eerden met een Indiaanse naam: Oyate Lutawin - Red Nation Woman. “Heel bijzonder. Ik ben geadopteerd door die familie.”
Verder lezen

secondlife.boeken

particulier

secondlife.boeken uit Dordrecht

Wij verzenden onze boeken standaard alleen binnen Nederland.

De verkoper zal binnen 1 werkdag contact met u opnemen om de koop verder af te handelen.

Afbeeldingen (Klik om te vergroten)

Maria van Kints - De indiaan bestaat niet