Scrinium is momenteel afwezig,Scrinium heeft de volgende melding achtergelaten:
Wegens omstandigheden zijn wij tijdelijk niet in staat om boeken uit te leveren. Wij vragen om uw begrip.
De verkoper verwacht te reageren na 23-08-2023
Wegens omstandigheden zijn wij tijdelijk niet in staat om boeken uit te leveren. Wij vragen om uw begrip.
De verkoper verwacht te reageren na 23-08-2023
Deze titel kan niet worden besteld.
Deze titel kan nu niet besteld worden. Probeer het later opnieuw
Deze titel kan nu niet besteld worden. Probeer het later opnieuw
WIJNNE, J.A., - Geschiedenis der Oudheid. De Oostersche Volken
| Schrijver: | WIJNNE, J.A., |
|---|---|
| Titel: | Geschiedenis der Oudheid. De Oostersche Volken en Griekenland in hoofdtrekken, met gestadige verwijzing naar de bronnen. |
| Uitgever: | Erven Bolhuis Hoitsema, Groningen, 1863 |
| Bijzonderheden: | XII,424p. Half cloth. (Rare thus). |
| Prijs: | € 19,50 |
| Verzendkosten: | € 4,50 (binnen Nederland) |
| Meer info: |
J.A. Wijnne, geb. te Hoogeveen 4 Dec. 1822, gest. te Utrecht 1 Aug. 1899. (?) 3 Juni 1848 promoveerde hij tot doctor in de letteren op Quaestiones criticae de belli Punici secundi parte priore (Gron. 1848). Nog voordat hij was gepromoveerd, was hij in 1847 door Curatoren benoemd tot praeceptor aan het gymnasium in zijn academiestad. In 1861 werd hij benoemd tot rector van deze school. Dat ambt heeft hij tot 1873 bekleed; toen werd hij benoemd tot hoogleeraar in de geschiedenis aan de Rijks-Universiteit te Utrecht. (?) Wijnne's werkzaamheid betreft allereerst zijn bekende leerboeken Geschiedenis. Wijnne was de eerste wetenschappelijke historicus in ons land, die het niet beneden zich achtte leerboeken te schrijven; zij waren ook de eerste, die berustten op ernstig en nauwgezet wetenschappelijk onderzoek. (?) Van Wijnne's overige wetenschappelijken arbeid moet vooral worden genoemd zijn onderzoek der oude geschiedenis. Na zijn promotie heeft hij zich tot zijn laatste levensjaar toe voortdurend met deze periode beziggehouden. In 1855 publiceerde hij achter het programma van het Groningsche gymnasium een onderzoek De fide et auctoritate Appiani (Gron. 1855). Zijn plan was verder om de geheele oude geschiedenis wetenschappelijk te behandelen; als eerste deel van zijn resultaten gaf hij uit de Geschiedenis der oudheid (Gron. 1863, dl. I), waarvan de verdere deelen uit gebrek aan belangstelling van het publiek niet zijn verschenen. Bij het programma van het Groningsche gymnasium van 1864 gaf hij een studie over Macedonië tot den dood van Alexander den Groote. Daarna heeft hij weinig meer over de oude geschiedenis gepubliceerd; eerst na zijn emeritaat gaf hij nog Eenige opmerkingen over W. Ihne's Römische Geschichte (Gron. 1895) en een studie over De historiën van Marcus Coriolanus, Sp. Cassius en Sp. Maelius (Gron. 1896).' (P.C. MOLHUYSEN and P.J. BLOK, in DBNL IV, p.1493-94).
|

De verkoper zal binnen 3 werkdagen contact met u opnemen om de koop verder af te handelen.
